www.b-org.demon.nlfiller
Kenmerken van sekten /
inpalmende groepen  
Line



"Heb ik met een sekte te maken?"


Deze vraag wordt mij (ons) meer en meer gesteld - door zowel deelnemers aan allerlei 'spirituele' aktiviteiten, als door (zeer) ongeruste familieleden van deze deelnemers.


Hieronder staan de belangrijkste kenmerken van inpalmende groepen / sekten - in de vorm van vragen. Ik volg hier het voortreffelijke boek 'In de ban van een sekte' van Hugo Stamm (ISBN 90 259 4657 7). De originele tekst is zo hier en daar aangepast.

Des te meer de onderstaande vragen bevestigend kunnen worden beantwoord, des te zekerder is het dat om een sekte / inpalmende groep gaat.

Scientology scoort maximaal - het is zonder twijfel een sekte.





In hoeverre is er sprake van:


  1. Een Goeroe / Messias / Profeet / Stichter

    • Is de leider dominant en wordt hij voor 100% als religieuze of spirituele autoriteit erkend (door zijn aanhangers)?
    • Dichten de aanhangers hem paranormale of goddelijke kwaliteiten toe?
    • Wordt de stichter in grote mate vereerd of gezien als brenger van het heil?



  2. Een heilstheorie met aanspraak op absoluutheid / reddend principe

    • Wordt de aanhangers de absolute spirituele of religieuze verlossing beloofd?
    • Geloven de aanhangers dat hun heilstheorie de enig geldende waarheid is?



  3. Elite bewustzijn

    • Zijn aanhangers ervan overtuigd dat zij tot een elite behoren die de mensheid het heil kan brengen?
    • Geloven zij dat ze in opdracht van een hogere macht of in naam van een ideologie de mensen moeten bevrijden?



  4. Sociale controle van de leden

    • Oefent de groep een sterke druk uit op haar leden?
    • Worden de aanhangers met morele pressiemiddelen of met te hoge werkdruk gestraft?
    • Is er sprake van gedragscontrole?



  5. Isolering van de buitenwereld

    • Veranderen de groepsleden hun manier van leven?
    • Geven ze gewoonten op waar ze aan gehecht zijn?
    • Wordt het contact met verwanten, vrienden en bekenden gereduceerd?
    • Verwaarlozen ze hobby's of geven ze lidmaatschappen van verenigingen op?
    • Blijft er, naast het werk in de groep, nog vrije tijd over?



  6. Een Missie-opdracht / Expansie streven

    • Werken de groepsaanhangers mee aan missiewerk?
    • Delen ze brochures uit of verkopen ze boeken van de beweging?
    • Bezoeken ze hun vrienden slechts om hen te vertellen over hun "fantastische belevenissen" binnen de beweging, om hen zo nieuwsgierig te maken?



  7. Machtspretentie

    • Kan men uit de ideologie of de heilsleer een duidelijke machtspretentie afleiden die boven de religieuze of spirituele doelstellingen uitgaat?
    • Is er sprake van een duidelijke leidersrol in de groep?
    • Is het religieuze of spirituele doel indirect gekoppeld aan wereldlijke claims?



  8. Geld / Economische macht

    • Hoe rijk is de groep?
    • Worden de aanhangers ertoe gedwongen giften te geven?
    • Zijn er kosten verbonden aan het verkrijgen van het heil?
    • Wordt van de leden geŽist dat ze gaan bedelen of giften gaan incasseren?
    • Moeten zij bij hun intrede hun vermogen afgeven?



  9. Sekte-taal / Kunstmatige begrippen

    • Gebruiken aanhangers een soort sekte-taal?
    • Gebruiken ze onbekende begrippen waarmee ze de heilstheorie verklaren?
    • Is het 'geheime weten' kennelijk slechts verklaarbaar door kunstmatige woorden die de stichter heeft bedacht?



  10. Overdreven reaktie op kritiek / Makkelijk naar de rechter gaan

    • Reageert de groep, of haar leden, opvallend heftig op kritiek?
    • Beginnen ze campagnes tegen zelfhulpgroepen of media die duidelijkheid willen scheppen?
    • Probeert de cultus haar critici met smadelijke of kwetsende uitlatingen te stigmatiseren?
    • Verweert de groep zich met niet-zakelijke argumenten, maar gaat zij in plaats daarvan tot de tegenaanval over?
    • Is de drempel om critici voor de rechter te dagen laag?



  11. Discrepantie tussen opvattingen naar binnen en naar buiten

    • Heeft de groep een opvatting over zichzelf die in schril contrast staat met het verschijningsbeeld dat de groep naar buiten toe laat zien?
    • Voelen de sekte-leden zich door de buitenwereld verkeerd begrepen?



  12. Vijandige ideeen / Vermeende bedreiging / Achtervolgingswaanzin

    • Voelt de groep zich buitengesloten, unfair behandeld of bedreigd door sektenspecialisten, autoriteiten, journalisten, enz?
    • Gelooft zij in een gecoŲrdineerde campagne van het "vijandelijke kamp"?
    • Ervaart zij zelfs gematigde kritiek als een frontale aanval?
    • Ontwikkelen de aanhangers achtervolgingswaanzin?



  13. Suborganisaties met een camouflerend karakter

    • Heeft de groep suborganisaties opgericht die nauwelijks bekend zijn?
    • Organiseert zij happenings onder de naam van die suborganisaties?
    • Verbergt de beweging zich in lastige situaties achter zo'n camouflage-organisatie?
    • Gebruikt zij op haar missietochten een schuilnaam?



Line